Kennisbank

Wat is mijn transportbedrijf waard?

In transport en logistiek doorgaans 3,5 tot 6 keer de genormaliseerde EBITDA. Waar uw bedrijf binnen die bandbreedte valt, en wat u er werkelijk van ontvangt, bepalen vooral uw contracten, de vloot, uw eigen rol en het pand.

In het kort

  • Transport- en logistiekbedrijven in het mkb wisselen medio 2026 doorgaans van eigenaar voor 3,5 tot 6 keer de genormaliseerde EBITDA.
  • Die multiple geeft de waarde van de onderneming. Wat u voor uw aandelen ontvangt, is dat bedrag min bankschuld en vlootfinanciering, plus de kas.
  • Waar u in de bandbreedte uitkomt, bepalen vooral uw contracten en klantspreiding, de vloot, de tweede managementlaag en uw eigen misbaarheid.
  • Het pand heeft een eigen waarde. Een marktconforme huur verbindt de waarde van het pand met die van het bedrijf.
  • De meeste waarde wint u in de twee tot drie jaar vóór de verkoop, niet aan de onderhandelingstafel.

Het korte antwoord: 3,5 tot 6 keer de genormaliseerde EBITDA

Wat is uw transportbedrijf waard? In het mkb wisselen transport- en logistiekbedrijven medio 2026 doorgaans van eigenaar voor 3,5 tot 6 keer de genormaliseerde EBITDA. Dat veelvoud heet de multiple. Wij zien deze bandbreedte in onze eigen transacties en toetsen haar aan de Overname Barometer die Brookz en Dealsuite elk halfjaar publiceren.

EBITDA is het bedrijfsresultaat vóór rente, belastingen, afschrijvingen en amortisatie: grofweg wat de operatie per jaar verdient voordat de vloot is afgeschreven en de bank is betaald. Genormaliseerd betekent dat het getal is gecorrigeerd voor alles wat een nieuwe eigenaar niet zo zal aantreffen. Daarover gaat de volgende paragraaf.

Ter vergelijking: over de tweede helft van 2025 kwam het gemiddelde voor de sector automotive, transport en logistiek volgens die barometer uit op 4,2 keer, met de meeste transacties tussen 3,9 en 4,7 keer. Het gemiddelde over alle sectoren lag op 5,0 keer. Transport zit daaronder omdat het kapitaalintensief is: een flink deel van de EBITDA moet elk jaar terug in de vloot.

Waarom dan toch een bandbreedte van 3,5 tot 6? Omdat twee bedrijven met dezelfde winst heel verschillend kunnen zijn. Omvang telt mee. Over alle sectoren lag de gemiddelde multiple in de eerste helft van 2026 op 3,6 bij een genormaliseerde EBITDA van € 200.000, en op 6,1 bij € 5 miljoen of meer. Een groter bedrijf hangt minder af van een paar mensen en een paar klanten, en daar betaalt een koper voor. Daarnaast verschuiven de contractduur, de staat van de vloot en uw eigen rol de uitkomst vaak harder dan de multiple zelf.

Volgens dezelfde barometer schat de verkoper in 42 procent van de trajecten zijn bedrijf structureel te hoog in, gemiddeld 23 procent boven de marktwaarde. In bijna één op de vijf van die gevallen strandt de deal daarop.

Normaliseren: eerst het juiste getal, dan pas de multiple

De EBITDA uit uw jaarrekening is zelden het getal waarmee een koper rekent. Een jaarrekening is opgesteld voor de fiscus en de bank, niet voor een overname. Normaliseren betekent: het resultaat terugbrengen tot wat het bedrijf structureel verdient onder een nieuwe eigenaar. De gebruikelijke correcties in transport:

  • Een marktconform ondernemersloon. Neemt u een lage managementfee op, dan rekent een koper met wat een vervangende directeur kost. Het fiscale gebruikelijk loon — in 2026 ten minste € 58.000 — is daarvoor geen maatstaf. Neemt u juist meer op dan marktconform, dan telt het verschil op bij de EBITDA.
  • Eenmalige posten. Een schadeclaim, een reorganisatie, advieskosten. Let ook op boekwinsten op verkochte trucks: die verhogen de EBITDA in het jaar van verkoop, maar zijn geen resultaat uit vervoer.
  • Verrekeningen in de familie. Familieleden op de loonlijst zonder rol in het bedrijf, of juist meewerkende familie zonder salaris. Privékosten en auto’s die via de zaak lopen.
  • Een marktconforme huur. Is het pand van u of uw holding, dan telt alleen een huur op marktniveau. Een te lage huur maakt de onderneming mooier dan ze is.

Een koper kijkt daarbij niet naar één jaar, maar naar drie: is het resultaat stabiel, en welke kant gaat het op? Normaliseren doet u met uw accountant, en elke correctie moet aantoonbaar zijn. Wat u niet kunt onderbouwen, haalt een koper er in zijn boekenonderzoek (de due diligence) weer uit.

Wat u ontvangt, is niet de multiple maal de EBITDA

Multiple maal genormaliseerde EBITDA geeft de ondernemingswaarde: de waarde van het bedrijf alsof het schuldenvrij is en precies genoeg werkkapitaal heeft. Wat een koper voor de aandelen betaalt, de aandelenwaarde, volgt pas na een aantal correcties.

  • Netto schuld. Bankleningen en rekening-courantkrediet gaan eraf, de kas komt erbij.
  • De vloot. In transport vaak de grootste post. Financial lease en huurkoop zijn in feite leningen en gaan ook van de prijs af. Bij financial lease vallen de termijnen buiten de EBITDA, bij operational lease erbinnen. Wie de vloot via financial lease financiert, toont dus een hogere EBITDA, maar ook meer schuld. Een koper maakt dat vergelijkbaar.
  • Werkkapitaal. Debiteuren min crediteuren, plus vooruitbetaalde kosten. Een koper verwacht bij de overdracht een normaal niveau. Ligt het lager, bijvoorbeeld omdat facturen vlak voor de overdracht snel zijn geïnd, dan volgt een correctie.
  • Schuldachtige posten. Achterstallig onderhoud aan de vloot, nog te betalen vakantiegeld, voorzieningen en belastinglatenties.

Hoe een koper de prijs financiert, bepaalt mede wat hij kan bieden. Daarover leest u meer op onze pagina over overnamefinanciering.

Rekenvoorbeeld

Een fictief transportbedrijf met 60 medewerkers. Het pand staat in de holding van de eigenaar; de werkmaatschappij huurt het. Alle bedragen zijn rond en verzonnen.

Stap 1 — normaliserenBedrag
EBITDA volgens de jaarrekening€ 900.000
Vervangende directeur in plaats van de lage managementfee− € 70.000
Marktconforme huur: € 140.000 in plaats van € 80.000− € 60.000
Boekwinst op verkochte trekkers− € 40.000
Eenmalige advieskosten+ € 30.000
Familielid op de loonlijst zonder functie+ € 40.000
Genormaliseerde EBITDA€ 800.000
Stap 2 — van ondernemingswaarde naar aandelenwaardeBedrag
Ondernemingswaarde bij 4,5 keer € 800.000€ 3.600.000
Banklening en rekening-courantkrediet− € 500.000
Financial lease en huurkoop van de vloot− € 1.300.000
Liquide middelen+ € 400.000
Werkkapitaal onder het normale niveau− € 100.000
Aandelenwaarde€ 2.100.000

Wie 4,5 keer de EBITDA uit de jaarrekening in gedachten had, rekende op ruim € 4 miljoen. De koper betaalt € 2,1 miljoen voor de aandelen. Bij een multiple van 4 of 5 ligt dat bedrag tussen € 1,7 en € 2,5 miljoen. Daarnaast houdt de holding het pand, dat voortaan € 140.000 per jaar aan huur oplevert en daarmee een eigen waarde heeft.

Wat in transport de multiple bepaalt

De waarde van een transportbedrijf hangt aan voorspelbare winst die doorloopt als u weg bent. Alles wat die zekerheid vergroot, schuift u naar de bovenkant van de bandbreedte. In transport wegen deze punten het zwaarst.

Contracten en klantspreiding

Meerjarige contracten met indexatie zijn meer waard dan mondelinge afspraken of ritprijzen per week. Komt meer dan een derde van de omzet van één opdrachtgever, dan rekent een koper doorgaans een risico-opslag. Hij kijkt ook of die klant mag opzeggen als de eigenaar wisselt: een zogeheten change-of-controlbepaling.

De vloot

Leeftijd, onderhoudsstaat, eigendom of lease, en de emissieklasse. Een oude vloot drukt de prijs, omdat de koper de vervanging betaalt. De zero-emissiezones maken dat concreet. Nieuwe vrachtauto’s met een eerste toelating vanaf 1 januari 2025 mogen een zone alleen in als ze emissievrij rijden. Euro 6-bakwagens uit 2017 tot en met 2019 hebben toegang tot 1 januari 2028; Euro 6-bakwagens uit 2020 tot en met 2024 en Euro 6-trekkers uit 2017 tot en met 2024 tot 1 januari 2030. Rijdt u veel in de stad, dan rekent een koper die vervanging nu al door.

Chauffeurs en personeel

Een bedrijf op sterkte, met beperkt verloop en eigen planners, is meer waard dan een bedrijf dat structureel chauffeurs tekortkomt. Openstaande plekken remmen de groei van de koper, en inhuur drukt de marge.

Uw misbaarheid en de tweede laag

Liggen planning, tarieven en klantrelaties bij u, dan koopt een koper een baan, geen bedrijf. Een bedrijfsleider of operationeel manager onder u is vaak de belangrijkste investering vóór een verkoop. Let ook op de vervoersmanager: de persoon met het vakdiploma die de onderneming nodig heeft voor de Eurovergunning. Bent u dat zelf en vertrekt u, dan kan de NIWO maximaal zes maanden geven om een nieuwe aan te stellen.

Specialisatie en vergunningen

Een niche met toetredingsdrempels — geconditioneerd transport, gevaarlijke stoffen (ADR), containervervoer — trekt meer kopers en doorgaans een hogere multiple dan algemeen stukgoed. Certificeringen, vergunningen en een tankinstallatie versterken dat, mits ze bij de onderneming horen en niet bij u persoonlijk.

Marges, brandstof en heffingen

Een koper kijkt hoe stabiel uw marge is en of u kostenstijgingen kunt doorberekenen. Een brandstofclausule in uw contracten is daarbij het minimum. Sinds 1 juli 2026 betaalt u voor vrachtauto’s boven 3.500 kilo vrachtwagenheffing per kilometer, afhankelijk van gewicht en CO₂-uitstoot; de motorrijtuigenbelasting daalt of vervalt. Staat in uw contracten hoe u die doorbelast, dan is uw marge beter beschermd — en dat ziet een koper.

Het pand: meeverkopen of apart houden

Bij veel transportbedrijven is het pand de grootste bezitting: loods, kantoor, terrein, soms een tankinstallatie. Het heeft een eigen waarde, en die volgt een andere logica dan de waarde van het bedrijf.

Een belegger waardeert vastgoed op de huur, via het aanvangsrendement: de jaarhuur als percentage van de koopprijs. Het veelvoud van de huur dat een belegger betaalt, ligt doorgaans duidelijk hoger dan de multiple op de EBITDA van een transportbedrijf. Rekent een koper het pand alleen mee via de multiple, dan blijft er geld liggen. Bovendien maakt een pand de overnamesom groter dan veel kopers kunnen financieren.

Daarom kiezen veel ondernemers voor scheiden. Het pand blijft in de holding of privé en de werkmaatschappij huurt het tegen een marktconforme huur. Of u verkoopt het aan een belegger en huurt het terug: sale-and-leaseback. Bedenk wel dat elke huur de EBITDA van de werkmaatschappij verlaagt, en daarmee de waarde van het bedrijf. Een te hoge huur maakt het pand meer waard en het bedrijf minder; een te lage huur andersom. Een marktconforme huur is daarom de spil tussen beide.

Welke route het meeste oplevert, hangt af van uw plannen, de financiering van de koper en de fiscale gevolgen. Apart houden past niet bij iedereen: u blijft dan verhuurder van de koper. En een herstructurering vraagt tijd en uw fiscalist. Meer leest u in ons artikel over sale-and-leaseback bij logistiek vastgoed en op onze pagina over logistiek vastgoed.

Drie manieren van rekenen, die elkaar controleren

Een goede waardebepaling van een transportbedrijf leunt niet op één methode. Wij leggen er drie naast elkaar.

  1. De multiple. Genormaliseerde EBITDA maal een marktconforme multiple. Snel en goed te vergelijken met wat er in de markt betaald wordt, maar zo goed als het getal en de vergelijking die u kiest.
  2. De kasstroommethode. Ook wel DCF, van discounted cash flow: de vrije kasstromen van de komende jaren, na vervangingsinvesteringen in de vloot, teruggerekend naar vandaag met een rendementseis die bij het risico past. Laat zien wat een nieuw contract of een vlootplan waard is, maar is gevoelig voor aannames.
  3. De vloot- of liquidatiewaarde. Wat de bezittingen opbrengen als het bedrijf zou stoppen, min de schulden en de kosten van afbouw. Dat is de ondergrens. Komen de andere methoden daar dicht bij uit, dan betaalt een koper weinig voor het bedrijf zelf.

Lopen de uitkomsten ver uiteen, dan is dat geen fout maar informatie: er zit een aanname in die u moet onderbouwen.

Wat u twee tot drie jaar vooruit kunt doen

Twee tot drie jaar is genoeg om de punten aan te pakken die de prijs bepalen, en om ze terug te laten zien in de cijfers. Wie pas een halfjaar voor de gewenste datum begint, kan de zwakke punten alleen nog uitleggen, niet meer verbeteren.

  1. Leg afspraken vast. Zet mondelinge afspraken met uw grootste klanten om in contracten met looptijd, indexatie en een clausule voor brandstof en heffingen.
  2. Spreid uw omzet. Een nieuwe klant is nu meer waard dan extra omzet bij een bestaande.
  3. Bouw de laag onder u. Draag planning en klantcontact over, en zorg voor een tweede vervoersmanager.
  4. Maak een vlootplan. Welke wagens vervangt u wanneer, hoe financiert u dat, en wat betekenen de zero-emissiezones voor uw ritten? Houd een actueel overzicht van alle lease- en financieringscontracten bij.
  5. Maak de cijfers schoon. Haal privékosten en familieposten uit het bedrijf, leg eenmalige posten vast en zorg voor betrouwbare maandcijfers.
  6. Zet het pand op de juiste plek. Een marktconform huurcontract, een heldere scheiding tussen holding en werkmaatschappij, en een besluit over meeverkopen, apart houden of sale-and-leaseback — samen met uw fiscalist.

Hoe het traject daarna verloopt, van intake tot notaris, leest u in Transportbedrijf verkopen: het stappenplan.

Van indicatie naar een onderbouwd getal

Een eerste indicatie krijgt u met de quickscan verkoopklaar: vijftien vragen over zeven thema’s, ongeveer vijf minuten. U ziet direct uw score, uw drie belangrijkste verbeterpunten en een indicatieve bandbreedte.

Een onderbouwde waardebepaling vraagt meer: inzage in uw cijfers, contracten, vloot en pand. Bij A15 Partners is dat de tweede stap van het verkooptraject. Wij waarderen onderneming en pand aan één tafel — Eddy het bedrijf, Lorenzo het vastgoed — en geven een onderbouwde bandbreedte in plaats van één getal. Dat doen wij samen met uw accountant en fiscalist, niet in hun plaats.

Wilt u weten waar uw bedrijf staat? Doe de quickscan of plan een kennismaking. Het eerste gesprek is kosteloos en verplicht u tot niets.

Dit artikel geeft algemene informatie en is geen persoonlijk advies. Bedragen en percentages zijn indicatief; uw eigen situatie, en die van uw accountant en fiscalist, geeft de doorslag.

Veelgestelde vragen

Over goodwill, vergunningen en waardering

Hoe bereken ik de goodwill van mijn transportbedrijf?

Goodwill is het deel van de prijs boven de bezittingen min de schulden — in transport vooral de vloot, het werkkapitaal en eventueel het pand. Het is een uitkomst, geen aparte post: eerst bepaalt u wat de aandelen waard zijn, op basis van de genormaliseerde EBITDA en de correcties voor schuld en werkkapitaal. Daarna trekt u het eigen vermogen ervan af: de bezittingen tegen hun werkelijke waarde, min de schulden.

Blijft er weinig of niets over, dan betaalt een koper in feite alleen voor de bezittingen. Dat zegt iets over het rendement van het bedrijf, niet over de kwaliteit van de vloot. Hoe goodwill fiscaal uitpakt, verschilt per transactievorm; dat beoordeelt uw fiscalist.

Kan ik mijn Eurovergunning meeverkopen?

Niet los. De NIWO geeft de Eurovergunning af op naam van de vervoerder, en de vergunning is niet overdraagbaar. Verkoopt u de aandelen van de vennootschap die het vervoer uitvoert, dan blijft die vennootschap de vergunninghouder. Koopt een koper alleen de activiteiten, via een activa-passivatransactie, dan heeft hij een eigen vergunning nodig. Bij een nieuw KVK-nummer hoort een nieuwe aanvraag.

Let ook op de vervoersmanager. Bent u dat zelf en vertrekt u, dan voldoet de onderneming niet meer aan de eis van vakbekwaamheid. De NIWO kan maximaal zes maanden geven om een nieuwe vervoersmanager aan te stellen. Regel dat liever ruim vóór de overdracht.

Waarom biedt een koper minder dan de waarde die mijn accountant noemt?

Vaak omdat ze iets anders meten. Een accountant kijkt geregeld naar het eigen vermogen op de balans, of maakt een waardering voor een fiscaal doel of een overdracht binnen de familie. Een koper rekent met wat het bedrijf in de toekomst vrij aan geld oplevert, wat hij in de vloot moet investeren, welk risico hij loopt en wat zijn bank wil financieren.

Beide getallen kunnen kloppen. Voor een verkoop telt wat een koper kan en wil betalen. De cijfers van uw accountant zijn dan het vertrekpunt voor het normaliseren.

Wat is een transportbedrijf waard dat verlies draait?

Dan valt de multiple weg en kijkt een koper naar de bezittingen: wat de vloot, het pand en het werkkapitaal opbrengen, min de schulden en de kosten van afbouw. Dat is de ondergrens. Daarboven betaalt alleen een koper met een concrete reden, zoals klanten, chauffeurs of een locatie die in zijn eigen netwerk meer opleveren.

Is het verlies tijdelijk of eenmalig, dan loont normaliseren: soms blijkt het onderliggende resultaat gezond. Is het structureel, dan is eerst herstellen vaak verstandiger dan nu verkopen.

Portret van Eddy Korevaar

Over de auteur

Eddy Korevaar

Ruim twintig jaar in bedrijfsovername, waarvan het grootste deel aan de kant van de verkopende ondernemer. Begeleidt verkoop en aankoop, doet de waardebepaling en zet de financiering op.

Leg uw vraag voor aan Eddy →

Verder lezen

Alle artikelen

Eddy Korevaar · 12 min lezen

Transportbedrijf verkopen: het stappenplan

Uw transportbedrijf verkopen? Het stappenplan van voorbereiding tot notaris: zes stappen, doorlooptijden, benodigde stukken en valkuilen die geld kosten.

Lees het artikel →

Lorenzo Bruni · 12 min lezen

Sale-and-leaseback bij logistiek vastgoed

Sale-and-leaseback bij logistiek vastgoed: hoe een belegger de prijs bepaalt, wat de huur doet met uw bedrijfswaarde en wanneer het niet verstandig is.

Lees het artikel →

Quickscan verkoopklaar

Weet binnen vijf minuten waar u staat

Vijftien vragen over zeven thema's. U krijgt een score, uw drie belangrijkste verbeterpunten en een indicatieve bandbreedte.

Start de quickscan